Echtpaar werkte jaar aan maquette Waterpoort
Sneek, 4 januari 2012 - In de zomer van 2010 brachten Jan en Ine van der Burgt een bezoek aan Sneek. Zoals zoveel toeristen bewonderden ze ook de Waterpoort.
Zij keken echter met andere ogen dan de gemiddelde toerist. Al vele jaren lang maken zij maquettes van bouwwerken. Wie bij hen thuis komt, ziet zijn ogen uit: modellen van monumentale panden, poorten maar ook van molens.
Zo hebben ze een model van een paltrokmolen uit Zaandam gemaakt, maar op zo’n manier dat ook de binnenkant van de molen klopt. Alle raderen werken en zorgen er voor dat ook in het model en zagen van deze zaagmolen op en neer gaan.
In Sneek vatten ze het plan op om ook de Waterpoort op schaal na te maken. Bij de gemeente werden bouwtekeningen opgevraagd en bij een vervolgbezoek werden tal van foto’s gemaakt. En zo gingen ze aan het werk. Iedere siersteen is heel precies nagemaakt.
Met zaagjes die zo dik zijn als een haar, zaagde Jan van der Burgt de sierhekjes die op dak van de Waterpoort staan. Zelfs de windvanen van maar een paar millimeter lang, zijn – net als in het echt – versierd met het uitgezaagde stadswapen van Sneek. Ine van der Burgt heeft de maquette beschilderd. Ieder steentje is apart geschilderd. Dat geldt ook voor het plaveisel van de poort.
Wat de maquette helemaal bijzonder maakt is het feit dat ook de binnenkant is nagemaakt. Wie de daken van de torens tilt, ziet aan de binnenkant het trappenhuis. En zo is ook de woning van de poortwachter heel precies nagemaakt.
Drenkelingendrama uit 1877 nog niet vergeten
Sneek - Enige tijd geleden kreeg het Fries Scheepvaart Museum een tinnen koffiekan in bruikleen. Het is een kan met een verhaal. Letterlijk want op de kan zijn diverse inscripties aangebracht. Daaruit blijkt dat deze kan te maken heeft met een drama dat in 1877 plaatsvond op de Fluessen.
Op 30 januari 1877 vertrok de stoomboot Willem III uit Sneek met als bestemming Stavoren. Er stond die dag een zware storm. Maar de kapitein besloot toch te gaan varen, want er waren veel passagiers aan boord. Op de binnenwateren tot aan Heeg ging het nog wel. Maar op het wijde water van het Heegermeer en de Fluessen ging het mis.
Door de golfslag sneuvelden enkele ramen van het passagiersverblijf. Het schip maakte snel water en daarom besloot de schipper de halteplaats Elahuizen over te slaan en zo snel mogelijk door te varen naar de Galamadammen. Afwijkend van de route en door slecht zicht kwam hij met zijn schip terecht op de ondiepte van het Feitezand. Het schip liep vast, het roer en de schroef braken af.
Het was inmiddels donker geworden en de storm wakkerde aan. Het schip zonk. De passagiers stonden op het dek tot hun middel in het koude water, terwijl het sneeuwde en hagelde. Ze moesten zich in de vliegende storm vastklampen aan de schoorsteen of de verschansing. Gedurende de lange nacht lukte het steeds minder mensen om dat vol te houden. Omdat ze geen kracht meer in hun verkrampte handen hadden of door onderkoeling lieten ze los en verdronken. Pas de volgende ochtend om 9 uur werden de drenkelingen ontdekt. Veertien mensen waren toen al verdronken. Een drama dat destijds net zoveel impact had als tegenwoordig een vliegramp.
Negenentwintig mensen konden worden gered. In de herberg van Fimme Zalmstra op Galamadammen werden ze opgevangen. Uit dank daarvoor boden ze later de herbergier een tinnen koffiekan aan. De nazaten van de herbergier hebben deze kan nu in bruikleen gegeven aan het Fries Scheepvaart Museum in Sneek.
Naast de namen van de 29 geredden, staat er op de koffiekan ook nog een gedicht: “Ja, vreeslijk was de nacht. Nooit zal hij ons vergeten. Zelfs 't verre nageslacht, zal die gebeurt'nis weten”.